Mokkenburgroute in Noordhorn


Langs de Mokkenburgweg

ARRIVA....

........de trein en de fotograaf


De Haan



ENTREE!

Via de Industrieweg in Noordhorn bereik je het weggetje door de weilanden langs de Mokkenburg die werd gebruikt als een boerderij door de familie van mijn buurman Wieringa. 

Zijn ouders kochten een huis aan de Langestraat 7.

Zijn broer bewoonde als boer de Mokkenburg. 

MOKKENBURG!

De weg benadert de spoorlijn die loopt naar Grijpskerk. 
Vroeger reden we over de spoorweg op de fiets met onze tweeling, die de spoorlijn noemden de Boing-Boing. 
Het geluid dat we hoorden, als we de rails raakten met de wielen. 
Het weggetje dat we noemden naar de Mokkenburg gebruikte ik persoonlijk om lekker te draven. 
De afstand die ik dan liep, was ongeveer drie kilometer. 
Als ik meer wilde lopen, liep ik nog een keer dezelfde afstand en ik nam vaak de tijd op. 


resize-of-schip-in-de-schipsloot-langs-de-mokkenburgweg

Schipsloot bij de Mokkenburg



De overweg!...de BOING...BOING


Het weggetje gebruikte ik vaak ook om mijn zoon te leren fietsen. Met zoon Marthijs ging het gemakkelijk. 


Het fietsen ging nog niet bij Jan Mark.

Hij reed nog op 4 wielen.

en tot zijn groot verdriet zei papa:

‘Nu niet pielen!’

 

Naar Mokkenburgerweg op ’t fietsje met 2 räder

Hij greep Jan in de nek:

‘Nu gaan wij op en neder!’

Wadlopen 005
Jan Mark in Hellendoorn!

Maar met Jan Mark ging dat fietsen een beetje stroef. Hij ging met mij mee, en ik drukte hem vooruit met mijn hand in de nek en hield hem in evenwicht. Ik liep hard en ondersteunde hem terwijl hij probeerde te fietsen. Af en toe liet ik hem even los. Ik bleef naast hem lopen om hem eventueel stevig weer in het nekvel te pakken. In het begin zat hij op de fiets te janken, maar ik zette door. En na verloop van tijd wende hij aan het fietsen op eigen houtje. Daarvoor gebruikten we de veilige, rustige Mokkenburgweg.

Mijn zoon heeft op die weg ook de liefde voor de trein opgevat. Hij heeft heel Nederland bereisd per spoor, maar ook in het buitenland en vooral in Zweden. Mijn kinderen zijn het huis uit naar Belgie en Zweden ( de tweeling ) en mijn dochter vlakbij in Zuidhorn.

ARRIVA!

Vlakbij  de beide boerderijen van Datema en de Jong is een tunnel geplaatst voor fietsers en ook voor de koeien om in een ander weiland te grazen. 

De veetunnel van de Mokkenburgroute!

De overweg  over het spoor wordt niet meer gebruikt en is opgeheven. Het weggetje wordt nog regelmatig gebruikt . Ik loop via de Industrieweg via de Mokkenburg  naar de tunnel, langs de boerderij van Datema, waarvan twee kinderen les kregen van mij aan de mavo . We bereiken de weg langs het Starkenborghkanaal  langs Koopman richting  Noordhorn, langs de Industrieweg naar huis.

Bootverkeer op het kanaal!

Voor een dagelijkse wandeling een aardige route, weilanden met boerderijen en het kanaal met boten. Er is vaak iets te zien. Heel af en toe ontmoet je fietsers, soms wandelaars (zoals ik met pensioen). Je ontmoet ook automobilisten, vrachtwagenchauffeurs van Koopman  Burgler, Hummel, Top, Balkema. Deze route is voor mij favoriet. Ze geeft rust en drukte tegelijk. Op de weg direct parallel langs de spoorlijn worden regelmatig schapen losgelaten tussen roosters. Dan baan je een weg door de schapen die alle poepje lekker laten vallen in de vorm van dropjes. Maar gelukkig weet je, dat ze wel lijken. maar niet smaken naar drop. Wel doe je er verstandig  aan je schoenen goed af te vegen van het gras. Direct naast de Mokkenburg is een weilandje gekoppeld aan een stalgebouw voor enkele paarden, die overigens meestal buiten lopen. Een schimmel en een zwarte merrie die net een veulen heeft gekregen. De merrie staat altijd naast haar veulen zeker als die gaat liggen, wat vaak gebeurt. Voorbij de Mokkenburg  is een afsplitsing van de sloot, waar veel eenden en koeten zich bevinden. Het weilandje ernaast heeft een hengst en een merrie een zwarte en een bruine.

De zwaan....en een gans!


Als je de weilanden achter de Mokkenburg inspecteert, ontdek je op een zekere dag 2 zwanen, een broedende en een inspecterende. Na verloop zijn de jongen ter wereld gekomen. Ze zijn gekluisterd bij dezelfde (blijkbaar veilige) plaats. Op een zondag ontdekken we de zwanen en hun jongen dichter bij Grijpskerk. De zwanen zijn wat aan het zwerven natuurlijk voor de jongen om iets te leren van de omgeving.

De GANZEN van het kanaal!

Er is altijd wat te zien of mee te maken. Toch zijn er niet bijzonder veel wandelaars. Mensen die een hond willen uitlaten, kun je ontmoeten of mensen die naar de boerderij van Datema en de Jong. Een dame die aan de Langestraat woont om te wonen vlakbij de molen, waar haar man  als vrijwilliger de molen kan bedienen, laat aan de Mokkenburg haar hond uit. Ze heeft bij haar wandeling last van een sterke wind. Ik kom haar tegen en ze klaagt over de wind. Op de schapendijk heeft de wind haar beroofd van een van de  sieraden, hangend aan haar oorlellen. Ze vraagt me ook te kijken of het ergens onderweg ligt. Volgens mij is dat hetzelfde als het zoeken naar een speld in een hooiberg. Ik besluit dus niet te kijken naar oorbellen die tussen schapen zijn te vinden. Maar al spoedig ontdek ik, dat ik mij mijn ogen de kost geven. Heb ik mazzel of misschien heeft ze het ding opzettelijk gedeponeerd voor  mij. Ik veeg het apparaat af en met enige wil, blijkt het een langwerpig, oorbelachtig geval. Ik glijd het apparaat veilig in mijn zak en besluit het ding keurig bij haar thuis met trots af te geven. Nadat ik de route gedeeltelijk heb gelopen, wip ik even thuis aan om te plassen. Ik vertel over de oorbel die ik heb gevonden en die ik ga aanbrengen terwijl ik mijn route vervolg namelijk een rondje Noordhorn. Ik loop eerst de Langestraat langs het molenaarshuis en bel aan. De wandelaarster doet open. Ze hoort, dat ik een oorbel heb gevonden, misschien behorend bij een schaap, maar deze  waarschijnlijk behorend bij een Noordhornster. Met stomheid geslagen wil ze me iets aanbieden, bijvoorbeeld  koffie. Dat lijkt me niks, maar ik zeg dat ik mijn wandeling wil voortzetten. Een andere keer dan maar, want al gauw moet ik eten en het gaat om een warme maaltijd.

De wandelares....met de hond!

Soms tref je onderweg niemand, soms heb je geluk. Deze keer is het aan de keer van het Starkenborghkanaal. Een visser draagt zijn hengel en zoekt in zijn auto naar een leefnet. Hij haalt het tevoorschijn en roept me om te vermelden met trots, dat hij beet heeft en geen flauwekul, want zijn hengel buigt enorm door. Terwijl hij net zijn materiaal wilde opbergen om te stoppen  De hengel kan ingehaald worden, want hij is gewapend met een leefnet, dat hij keurig onder zijn hengel houdt. Er komt een fietser die stopt en die ook van plan is mee te genieten van deze vangst. Wij zijn twee toeschouwers. De visser staat in aanslag met het leefnet en dan tuimelt een dikke, zware snoek in het leefnet. Wat ga je ermee doen? Ja natuurlijk, eten, lekker natuurlijk. De snoek ,dat moet ze zijn, wordt even in het gras gesmeten. Hij gaat op zoek naar in de auto een  groot,stevig mes. Hij zoekt een plek, waarin hij zijn mes plant en doorhaalt. “Zo gaat hij dood”, mompelt hij. De toeschouwer wil weten hoe zwaar de snoek zal zijn. “Vast wel meer dan tien kilo” Voordat hij de snoek in de auto deponeert, loop ik naar hem toe, en ik vraag: “Kan ik de vis nu al mee? Of brengt u hij met de auto langs” Hij vindt mijn opmerking niet geweldig. Hij doet net of hij me niet hoort. Hij is misschien ook voor wat de andere toeschouwer zal bedenken. Ik weet bijna zeker, dat deze visser alles voor zichzelf wil houden. Ik vind hem te hebberig, als ik let op zijn handelingen bij het vangen en het doden. Ik groet en vervolg mijn weg. Ik ben verbaasd, dat er dikke, en grote vissen in het kanaal zitten. Mijn schoonvader ving alleen spierinkjes, als hij hier ging vissen.

In de Veetunnel ...een haas!               

Er zijn mooie dagen bij , niet te warm en heerlijk weer om nog iets te doen. Lopen langs Mokkenburg aan de rechterkant weilanden. Er lopen rode pinken en een paar wit-zwarte kalveren. Volgens mij ligt in het gras een veulen, maar dat kan niet, want het paard is niet in buurt. Dan realiseer ik mij, dat wat daar ligt, misschien een dood kalf ligt. Ik blijf even kijken en stop het lopen. Ik tuur naar het zwarte. dat daar ligt. Het beweegt. Het leeft, want het beweegt, maar wat is het? Is het een kalf, of een ander beest? Plotseling verandert de positie.

Het lijken benen die bewegen. Is het toch een veulen? Dan worden, iets wat lijken op benen omhoog gestoken. Ik blijf gebiologeerd kijken. Wat is het , dat steeds beweegt. Het is een mens. Je ziet ,dat blijkbaar aan iets, wat lijkt op benen met laarzen, die fietsende bewegingen maken. Is het een mens? Ik denk een vrouw. Een boer gaat niet zomaar in het weiland luchtfietsen. Een boer werkt in een weiland en ligt niet in het weiland om bruin te worden in de zon. Ik loop door, maar het biologeert me. Ik verbeeld me een vrouw die mij lokt om naast haar te komen liggen en de rest, kun je wel raden. Er staat op mijn weg een bank en daarop ga ik zitten. Ik kan de  vrouw eerlijk en openlijk zien. Ik wil zien, wat ze doet. Ze geniet van de zon en natuur. Ze geeft zich helemaal over aan de natuur. Weet ze, dat ik haar zie, of het kan haar niets schelen, waarom ik hier gaan zit. Dan begint ze te staan en beweegt naar de pinken. Ze geeft de beesten misschien iets, dat is niet te zien. Ze loopt verder achterin het weiland. Ik zie haar wat bewegen en ik besluit verder te lopen. Af en toe kijkt ik nog even om te zien , wat ze doet .Ze loopt richting naar de fiets die aan het begin van het weiland Als ik even later weer kijk, zie ik dat ze op de fiets  rijdt mijn kant uit. Straks zal ze me passeren. Wat doet ze ?  Ze gaat naar de boerderij van de Jong. Ik gok dat ze een dochter van de Jong is, maar wie. Ik ken er een , aan wie ik heb les gegeven in Oldehove. Op het moment dat ik wil zien, wie het is, is ze me al voorbij. Het is niet vast te stellen, wie ze is. Ik weet ook niet hoe, groot het gezin van Laurens de Jong. Haar stem heb ik ook niet gehoord, dus ik zal deze de Jong  wel niet kennen. Toch maak je op het kleine stuk best wat mee.

Op de nest!

Op een dag meldt Douwe bij ons huis hij wil een nieuwe ketel installeren. Die klus kan een hele dag nodig duren. Hij wil dus om acht uur beginnen dan zal hij om ’s avonds ongeveer zes uur klaar zijn. Hij begint met pech, hij meldt dat hij wat later komt, want ze hebben hem de verkeerde ketel gestuurd . Die fout zal hij eerst recht zetten. Als hij is gearriveerd, kan hij beginnen met het installeren, Dan rinkelt zijn telefoon. Hij wordt opgeroepen door de brandweer, waarvan hij als vrijwilliger lid is. Hij vertelt ,dat hij binnenkort toch zal beginnen met zijn ketel, die bijna ligt te verroesten. Maar de brandweer gaat voor. Al met al heeft Douwe zijn klus gered voor vanavond 7 uur. Tot zover verloopt het prima.

Het echte muisje krijgt volgend jaar nog een  staartje. In de middag besluit ik weer te wandelen. Ik kies mijn bekende route. Uit het dorp klink de sirene. Is het de politie of de brandweer, of een ziekenauto. Ik ken ze niet uit elkaar. Ik laat het maar zo. Ik loop, totdat ik links afsla langs het kanaal. Uit  de richting van  Noordhorn richting Grijpskerk komt de brandweerauto. De wagen slaat de weg rechts lans de boerderij van Datema. Ik kijk de auto na. De brandweer rijdt terug richting Noordhorn. Er is niks zeker? Ik kijk links naar de weilanden. Op de hoogte waar ik loop. loopt een sloot van  het spoor tot het kanaal. Er spartelt een koe in de sloot. Het lijkt bijna op zwemmen. Er stopt een jongen bij me om te kijken. De brandweer nadert ons en wij wijzen onze zwemmende koe. Daar is het hun ook om. Ze beklimmen ze het hek en landen in het weiland. Douwe is er bij als brandweer. Ik vertel, dat ik speciaal voor hem een koe in de sloot heb gejaagd. Hij probeert een glimlach te toveren. Dan zie ik Jurjen. Hij hoort ook bij de brandweer. Hij vindt het leuk, dat hij het voetballen op de tweede plan heeft gezet. Dus ik kan mijn grap weer maken. Ik zeg: “Jurjen, ik heb speciaal voor jou een koe gejaagd in de sloot. Hij komt ook niet verder tot een grijnsje. Hij zal hij wel denken: Zij  komen alleen voor het kijken, maar voor ons is het zware werk. Zij lopen door in het weiland naar de plek waar de koe te water ging. Achter ons stopt een landrover met twee brandweermannen. Ik herken een van hen als Klaas Jan Pijpker. Ze komen voor nodige assistentie. Er is een behoorlijk groepje. Met touwen, gekleed met lieslaarzen proberen zijde doe op de wal te krijgen. Helaas presteert de koe weinig, zij is blijkbaar al bekaf. Er ontstaat een gemartel. Mijn mede toeschouwer klaagt, dat veel koeien die worden gered, toch worden afgemaakt, omdat ze teveel water hebben binnengekregen. Daarvoor sta ik niet te kijken. Ik wil het alleen zien, als het goed afloopt. De jongen zegt, dat hij naar huis moet om te eten. Ik besluit, dat ook te doen.

Gelukkig zie ik Douwe de volgende dag weer. Hij doet nog een klusje voor ons. De dakgoot is lek. Hij verhelpt het probleem. “De koe heeft het gered” zegt hij. “Ze hoefden haar niet afmaken”. Gelukkig!


Bij de Jong is Willeke  met haar kinderen weer in het ouderlijk huis ingetrokken. Ze is genoemd naar haar oma Wilmkje. Ze woonde met Oane twee huizen terug bij de brug. We komen vaak op bezoek om even te kletsen. Oane  woonde aan de Langestraat, nadat hij stopte met de boerderij. Hij was getrouwd met een Wilmkje naar wie Willeke werd vernoemd. Opa Oane vertelde dat hij niet mocht meedoen aan het avondmaal, omdat hij geen belijdenis durfde te doen. Hij, vond dat hij in de ogen van God niet vroom was. Eenmaal oud, begreep hij niet dat de kerk jonge kinderen zonder meer toeliet tot het avondmaal, terwijl hij……………..

Oma Wilmkje De Jong eerste rij staande personen (5)


In de winter zijn de koeien op stal, maar de schapen houden het buiten vol. Er wordt inderdaad voor het eerst na jaren geschaatst. Ook de  mensen van de Jong hebben een mooi slootje gevonden. Ze rijden duidelijk met plezier. Verder is er een reiger die zich laat zien en soms een haas, maar verder zijn er alleen eenden en andere vogels om je heen. In januari wordt het weer iets beter met meer zon. Als ik aan het eind van januari mijn rondje weer loop zie ik in weilanden geen schapen meer. Alleen is een bok in het weiland. Geen schaap is  te zien. De bok loopt maar een beetje rond. Hoe komen op deze manier lammetjes? Ik kijk de bok na.
Ik heb medelijden met hem

De VISSER!

In februari heb ik de Mokkenburgroute gelopen met mijn kleindochter Olivia.en mijn schoondochter en natuurlijk Jens in de kinderwagen. Ik vertel van de fietslessen die ik gaf aan Jan Mark en zijn eerste kennismaking van het spoor, die hij de Boing.Boing noemde. Olivia is een echte puber van vier jaren. Overal stopt ze, totdat zij zich laat overhalen en ………… eindelijk zijn we weer thuis.

Het is april. Langzamerhand komen de koeien in de wei. Er heeft zich genesteld een zwaan. 

De ZWAAN!

Een paar dagen heb ik maar één geteld. Hoe zit dat?  

De MOKKENBURG............route! 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Fietspad LEEK-ZUIDHORN

Foekje Dillema

Staatsieportret Koningspaar..Zuidhorn